homenoorderlicht
galleryfestivalprojectsshop
newsinfopresseducationphotographers indexsearchlanguage
introduction
main exhibition
exhibitions
activities
publications
submisisons
info
all editions

René Alberts (1965) maakte voor deze tentoonstelling gebruik van het aloude principe van de gaatjes-camera. Voor hem is de camera is niet alleen een gereedschap maar ook een ruimtelijk object op zichzelf. Alberts ziet fotografie als middel om de werkelijkheid in gewijzigde vorm te laten ontstaan. Hij wil verbazen en een waarheid tonen die er niet is maar wel mogelijk lijkt. De foto is zo niet langer meer een momentopname in de tijd, maar wordt een weerspiegeling van tijd in een momentopname.

John Blakemore heeft een obsessie voor de natuur en probeert de energie ervan weer te geven in zijn beelden. Ook houdt hij zich bezig met de 'gecommercialiseerde' uitwassen van de natuur. Voor zijn project Tulipomania fotografeerde hij de bloei en het verval van gekweekte tulpen. Hij toont nu foto's uit de series De tuin, fragmenten van een geschiedenis; Tulpen, mutaties/generaties; De studio tafel.

Harry Cock (1952) fotografeert voor journalistieke en andere opdrachtgevers en maakt daarnaast vrij werk. Voor dit laatste laat hij zich inspireren door het alledaagse leven. Zo maakte hij onder andere de serie Het kleine uitzicht in het kader van het Noorderlicht-project Stadsverlangen (1991) en nam hij in 1995 deel aan de hoofdtentoonstelling van Noorderlicht in de Der Aa-kerk. Hier toonde hij fragmenten uit zijn fotografisch dagboek onder de titel Reddende Alledaagsheid. Vanuit zijn liefde voor het alledaagse heeft Cock voor De schoonheid van het verval foto's gemaakt die geïnspireerd zijn op dit thema.

thumb 1
Harry Cock
thumb 2
René Alberts

up