Net zoals tijdens Noorderlicht 1995 stelt Niggendijker haar ruimtes ook deze keer weer ter beschikking aan Stichting Basalt uit Amsterdam. Deze Stichting houdt zich onder andere bezig met beeld- en archiefonderzoek met betrekking tot fotografie, het uitgeven van publicaties over fotografie en het organiseren van tentoonstellingen. In Niggendijker presenteert zij vier exposities waaraan een groot aantal fotografen deelnemen.
In een salon-achtige presentatie zijn 80 portretten te zien. Hierbij zit fotowerk van onder anderen Koos Breukel (1962), Ulay (1943) en Rineke Dijkstra (1959). Dit zijn slechts drie van de fotografen die werk tonen in de presentatie De Kwetsbare Man, toch zijn hier al grote verschillen in de benadering van het onderwerp te zien. Intimiteit speelt bij alledrie de fotografen een grote rol. In het werk van Ulay wordt het echter met vervreemding gecombineerd, in de foto's van Dijkstra, wiens werk dit jaar te zien is in de Biënnale van Venetië, met monumentaliteit. Breukel creëert intimiteit door juist de markante aspecten van een persoon af te beelden, waardoor bovendien het conventionele beeld van het portret wordt ontkracht. Onder de titel De Kwetsbare Man verschijnt tijdens deze editie van Noorderlicht een fotoboek.
Ook zal er in Niggendijker nieuw werk worden getoond van onder anderen Jasper Wiedeman (1963), Niels Schumm (1969) en Prix de Rome-winnaar Paul Kooiker (1964). Verder is er een presentatie van het werk van drie jonge vrouwelijke fotografen: Carla van de Puttelaar (1967), Céline van Balen (1965) en Hellen van Meene (1972). Van de laatstgenoemde is ander werk te zien in de tentoonstelling Unbeschreiblich Weiblich? in de Der Aa-kerk. In de monumentale gang van het pand is tenslotte meer fotowerk van Ulay te zien. |