 |
Anuschka Blommers (1969) stelt in haar werk de perceptie van de werkelijkheid aan de orde. In haar ogen zijn we verstrikt geraakt in een jungle van visuele beelden waarin de nadruk ligt op het hoogtepunt, het extreme, het succesvolle, etcetera. Om greep te krijgen op de realiteit creëert ze een eigen realiteit, door ernaar te zoeken in haar omgeving en te spelen met de meest gewone dingen en herinneringen. "Ik wil dat juist die gewone dingen een mysterie kunnen zijn. Iemand die gewoon opstaat vanuit zijn stoel bijvoorbeeld, wordt door bevriezing van deze actie ineens heel kwetsbaar."
Mark van den Brink (1965) presenteert een selectie foto's uit series die hij de laatste drie jaar maakte. Het getoonde werk is een verslag van zijn zwerftochten door parken, langs rivieren, in bossen of in straten. Hij bedenkt de beelden niet van te voren, maar komt ze tegen, herkent ze. Al zoekend en kijkend probeert hij de wereld als buitenstaander te beschouwen. |