 |
Kramer stelt, volgens eigen zeggen, in haar beelden, de "dualiteit van het tastbare en het niet-tastbare" aan de orde. Lenders doet in haar werk onderzoek naar de binnen- en buitenkanten van de dingen. Meijer neemt volgens zichzelf in haar werk beurtelings de rol van subject en object in. Kok wil de toeschouwer met zijn werk op het spoor van de zelfanalyse zetten. Kockelkorn portretteert in 'Stadsgezichten' letterlijk haar omgeving door de vluchtige indrukken van gezichten vast te leggen. Deze worden op een later tijdstip, in billboard-vorm, teruggeplaatst in hun oorspronkelijke setting. Hartmann toont een serie indexprints. Habets en Lenders gaan uit van het vloeroppervlak. |