In de nazomer en herfst van 1998 maakte Huber een intensieve reis door het Ruhrgebied. Zij verbaasde zich over het uitdijen van dit stedelijke gebied, waarin stadskernen en voorsteden losjes met elkaar worden verweven. Deze verbazing was voor haar aanleiding de omgeving te fotograferen. Huber legt niet de nadruk op het vormloze of lelijke van de plek, maar zoekt naar de kwaliteiten ervan. Juist in de mismaakte ruimten tussen de steden van het Ruhrgebied ziet zij kansen voor ongepland, niet voorzien gebruik.
De beschouwer wordt als het ware haar foto's ingezogen. Hij staat zelf bijna in de scène, kan de straat of het plein oplopen, de tussenruimtes van het Ruhrgebied in.
De foto's die hier worden getoond komen uit de collectie van de 'Fotosammlung Rheinisches Industriemuseum Oberhausen'. |