homenoorderlicht
galleryfestivalprojectsshop
newsinfopresseducationphotographers indexsearchlanguage
shopping cart
new
publications
offers
soldout
ordering
aurora

Musea staan vol met herinneringen. Herinneringen aan gebeurtenissen en levende wezens. Deze herinneringen worden vertegenwoordigd door de objecten uit de museumverzameling. Meestal treft men ze als bezoekers aan in vitrines, even weggehaald vanuit hun schuilplaats diep in de kelder of onder de hanenbalken: verboden terrein voor de passant.
Toen ik een jaar of zes was ging ik eens met mijn vader naar een vriend in Amsterdam. Die vriend werkte op het Koninklijk Instituut voor de Tropen en hij nam me mee naar de kelders van het enorme gebouw aan de Mauritskade. De kelders waar de collectie opgeborgen was, ver weg van tentoonstellingszalen en bezoekers. Een unieke ervaring, de aanblik van al die rijen maskers, speren, goud en zilver, het kruipen door de geheime gangen en vooral het feit dat ik daar mocht zijn en anderen niet.

Veel later organiseerde ik een personeelsdag naar het Tropenmuseum. Met de zo even beschreven herinnering in gedachten zeurde ik net zo lang tot ik mijn zin kreeg: met zijn veertigen bij hoge uitzondering de depots in. Daar waren ze weer, de honderden speren, de tientallen boeddha's van koper en goud. Zó indrukwekkend krijg je de objecten niet gepresenteerd in een doorsnee tentoonstelling. Hier leefde het verleden verscholen voort. De nog niet vertelde verhalen zinderden zachtjes door de kelders.
Als lijnchefs in een fabriek stonden de conservatoren op wacht met bleek weggetrokken gezichten. "Nergens aankomen, hoor!" riep er een met een benepen stemmetje, waarop een jolige collega riep: "Ach kijk dat gouden boeddhabeeldje, leuk voor op mijn schouw!" Het duurde even voordat de conservator door had dat dit een grapje was.

Deze twee voorvallen speelden door mijn hoofd toen ik Rommert Boonstra enige jaren geleden ontmoette en hij mij vertelde dat hij graag eens met een museale collectie zou willen werken. Objecten in scène zetten, zoals Boonstra doet als een van de grondleggers van de geënsceneerde fotografie in Nederland.
Vorig jaar was het zover. Daar kwam Boonstra uit Rotterdam naar zijn geliefde Groningen. De conservator ontsloot voor hem de geheimen van de collectie en de fotograaf genoot. Wat een snoepwinkel!

Met een doos vol terug naar Rotterdam om te oefenen. Daar trof ik hem enige weken later aan in zijn 'atelier van de georganiseerde chaos'. Honderden gevonden voorwerpen van allerlei aard, doosjes, snippers, stukjes ijzerdraad en natuurlijk objecten uit de verzameling van het natuurmuseum. Uit deze bijzondere rijkdom ontstonden de eerste landschapjes van objecten en kleine theaterdecors die gezien door de camera uitgroeiden tot immense ruimten, waarin men zich graag zou verliezen.

Boonstra is vervolgens een half jaar aan het werk geweest op de stille, verboden zolders van het museum temidden van een steeds groeiende hoeveelheid objecten. Ver weg van de bezoekers en de tentoonstellingen. Daar gaf hij ze een speciale betekenis door ze in scène te zetten. De herinnering verborgen in het object kreeg de ruimte, het verhaal erachter werd op een bijzondere manier verteld.

Dit raakt de essentie van het museale object, dat in mijn ogen alleen echte waarde heeft wanneer men er iets mee kan vertellen, niet alleen met woorden, maar ook met sfeer en gevoel.

In 'Natura ex machina' is een collectie in scène gezet. Een opgezette vogel wordt een verhaal over de vogel die eens rond heeft gevlogen. Een geconserveerde kikker groeit uit tot enorme dimensies en wordt een symbool in plaats van een 'vies ding op sterk water'.
De beschouwer vervalt van de ene verbazing in de andere. De combinatie van object, enscenering en poëzie laat een indruk na bij de kijker en geeft een bijzondere herinnering mee.

Natura ex machina is een voorbeeld van hoe de samenwerking tussen een 'niet-kunst'-museum en een kunstenaar een meerwaarde kan opleveren. Een meerwaarde die ten goede komt aan de communicatie tussen collectie en publiek.

En daar is het elk museum toch om te doen.

Kees van der Meiden, directeur natuurmuseum groningen


up