05 | 30

KEN SCHLES
Ken Schles (VS, 1960) vestigde in 1990 zijn naam met het klassieke en invloedrijke fotoboek ‘Invisible City’. The New Yorker omschreef zijn boeken als “hels briljant”. Schles’ werk is onder meer opgenomen in de collecties van MoMA, Metropolitan Museum of Art, Brooklyn Museum en The Art Institute of Chicago. Zijn werk is vele malen bij Noorderlicht tentoongesteld. 

Hoe ben je betrokken bij Noorderlicht?
“Ik ben fotograaf en ik heb mijn werk de afgelopen twintig jaar regelmatig tentoongesteld bij Noorderlicht, voor het eerst in 1999, tijdens de manifestatie ‘Wonderland’. 

Wat was je favoriete Noorderlicht-expositie?
“De keren dat ik Noorderlicht heb bezocht, was bij het maken of voorbereiden van een tentoonstelling. Als ik mijn favoriet moet kiezen, schieten me er drie te binnen. Mijn eerste tentoonstelling was zoals gezegd tijdens de manifestatie ‘Wonderland’ in 1999, samengesteld door Wim Melis en Machiel Botman. Ik exposeerde met een groot aantal buitengewone andere fotografen, zoals Lee Friedlander, Kiyoshi Suzuki, Jim Goldberg, Johan van der Keuken, Christer, Strömholm, William Eggleston en Dave Heath. Maar mijn samenwerking met Noorderlicht voor de publicatie van mijn boek ‘Oculus’ en de gelijknamige tentoonstelling heeft toch een special plekje in mijn hart. En ik kan natuurlijk mijn laatste Noorderlicht-show niet vergeten, die door NRC Handelsblad werd geselecteerd voor ‘tentoonstelling van het jaar’: ‘Invisible City’ en ‘Night Walk’.”

Hoe zie je de toekomst voor Noorderlicht?
"Het is een uitdagende, maar ook spannende tijd voor fotografie-instellingen. Ik zou graag zien dat Noorderlicht fungeert als een verbindingspunt tussen instellingen en individuen, om het belang van fotografie als een hulpmiddel om ideeën te verspreiden te promoten. Dit hoeft niet per se te betekenen dat je terugkijkt op de geschiedenis van de fotografie, maar eerder dat je op zoek gaat naar nieuwe wegen om de ongeëvenaarde potentie van fotografie over te brengen. Als technologisch hulpmiddel wordt de camera geleid door de menselijke natuur en laat zo feilloos zien wat mensen bezighoudt. Fotografie is op zin best wanneer het ons een gevoel van ontzag, waardering en verbondenheid met de wereld geeft. Ik zou graag meer samenwerking zien met wetenschappers en dichters, economen en radicale activisten - groepen die niet noodzakelijk fotografie als hun primaire communicatiemiddel beschouwen. Dit biedt nieuwe wegen voor samenwerking en kruisbestuiving van ideeën.”