Wonderland: statement van de curator

Iedere foto houdt ons een illusie voor. Ze is alleenheerser van haar eigen rechthoekige wereld. De foto mag een leugen zijn, zij is een leugen die geworteld is in waarheid. De tastbare omgeving om ons heen is de levensader van de fotografie. Zij is het ruwe materiaal waarmee de fotograaf zijn dromen spint, waaraan het fotografische beeld zijn bestaansrecht ontleent. Deze dramatische spanningsboog tussen realiteit en fictie vormt het hart van Wonderland.

Via de media komt dagelijks een visuele stortvloed binnen in onze veilige huiskamer. De televisie straalt miljoenen beelden uit, door de brievenbus vallen duizenden reclamefolders en brochures. De mens wordt overspoeld door beelden. Het leven dat door de massamedia wordt gepresenteerd lijkt een toneelstuk, voor eenieders genoegen aangeboden. Ook het private leven ontkomt niet aan een continue registratie: elke dag worden miljoenen snapshots gemaakt. De doelmatige macht van het beeld, als drager van feiten en middel tot verleiding, is in onze visuele economie onbetwist. 'Ik ben in beeld, dus ik besta.'

Ook in de cultuur heeft de markt van vraag en aanbod een grote sturende kracht en lijkt de buitenwereld vaak een grotere invloed te hebben dan de persoonlijke drijfveren van de kunstenaar. De artistieke motivatie wordt voor een groot deel bepaald door trends en stromingen. Zo heeft ook de fotografie haar onbevangenheid al lang geleden verloren. Is er nog wel plaats voor beelden zonder vooropgezet doel, voor verhalen met een open einde?

De fotografen in Wonderland beantwoorden deze vraag volmondig positief. De basale eisen van de markt zijn voor hen van ondergeschikt belang. Zij laten zich niet leiden door populaire thema's, gangbare verwachtingspatronen of de waan van de dag. De beeldtaal die deze fotografen hanteren, is van een rauwe onbevangenheid. Zij zijn niet op zoek naar een esthetisch beeld, maar laten zich leiden door wat zich voor hun camera aandient. De foto is een weerslag van een blik die schijnbaar toevallig op een onderwerp is gevallen. Het is het aftasten van de wereld door het oog van de camera. De foto's herbergen daardoor een betekenis die zich nauwelijks in woorden laat vangen. De fotografen in dit boek en de bijbehorende tentoonstelling presenteren een vorm van fotografie die introspectie boven een analytische benadering van het onderwerp stelt; de innerlijke belevingswereld van de fotograaf is minstens zo belangrijk als wat hij ziet en vastlegt. De beelden bieden een opening naar een andere wereld, nodigen uit tot een ontdekkingstocht naar een onderhuidse werkelijkheid. De beschouwer treedt door het raam van de foto het wonderland van de geest binnen.

Wonderland biedt de kijker een scala aan intense indrukken en ervaringen. In deze fotografie verdwijnt het feitelijk afgebeelde naar de achtergrond en neemt de associatie de overhand. De foto gaat verder dan een registratie van tijd en ruimte, is niet alleen de boodschapper van informatie, maar suggereert een verhaal. Een verhaal dat zich afspeelt achter het oppervlak van de foto en in het hoofd van de beschouwer, in een denkbeeldige tijd en ruimte. Er ontstaat een 'dialoog' tussen het beeld en de kijker waardoor de verbeelding wordt geprikkeld.

In Wonderland bewaren de fotografen hun onbevangen blik - niet aangeraakt door de eisen die de markt hen op wil leggen - en koppelen deze aan de kwaliteiten van een universele, herkenbare beeldtaal. Dit verschijnsel overschrijdt de kunstmatig aangelegde barrières tussen genres in de fotografie. In dit boek worden fotografen samengebracht die traditioneel gezien in gescheiden werelden leven: de documentaire en de conceptuele. Toch gaat hun werk naadloos in elkaar over, zoals bijvoorbeeld blijkt wanneer de 'conceptuele' beelden van Doug & Mike Starn naast de 'documentaire' beelden van Jun Morinaga gelegd worden.

Het verbindende element tussen de fotografen in Wonderland is uiteindelijk de fascinatie voor het leven zelf, met al zijn complexe structuren en intermenselijke relaties. De foto's van Dave Heath en Philip-Lorca diCorcia liggen dertig jaar van elkaar verwijderd. Zij lijken op het eerste gezicht drastisch verschillend, maar op het tweede gezicht gaan de straatfoto's uit de jaren zestig over dezelfde verlorenheid als die uit de jaren negentig. En in hoeverre verschillen de extravagante Amerikanen van David Graham van de circusartiesten van Kiyoshi Suzuki?

De fotografen in Wonderland kiezen voor het creëren van een eigen wereld. Elk van hen werkt aan een persoonlijk document, als een schrijver van fictie, een dichter van het beeld. Zij maken als het ware een zoektocht met als - onbereikbaar - doel een grip te krijgen op de werkelijkheid. Een ander kenmerk van deze fotografen is de 'nabijheid'. Allen kiezen zij voor onderwerpen die dicht bij hen staan, waarmee zij een grote persoonlijke betrokkenheid voelen. De foto's gaan daar waar het leven de fotograaf voert. Soms is de fotografie een weerslag van hun private ervaringen, soms laten de fotografen zich meevoeren in het leven van andere mensen en andere culturen. In beide gevallen proberen zij op een onbevooroordeelde wijze om te gaan met wat zich voor hun lens aandient.

Wonderland begint in de jaren vijftig en eindigt in de jaren negentig. De bezoekers doorkruisen in dit boek veertig jaren van visuele traditie. Zij zien beelden die de traditionele grenzen tussen genres overstijgen, tussen het documentaire en het conceptuele. Zij zien rauwe beelden die het alledaagse uit zijn onopmerkelijkheid tillen en opnieuw zichtbaar maken. Wat zij bovenal zien zijn fotografen die dicht bij hun hart blijven.

Wim Melis, curator